Dag 9 - Te Puia

3 februari 2009 - Rotorua, Nieuw-Zeeland

De lang verwachte regen van de Kiwi’s is dan eindelijk daar. Tot nu toe hebben we twee seconden miezer gehad en verder echt mooi weer. Deze ochtend dus niet. Ik vind het niet erg, het land is erg droog, de groene heuvels waren geel en dor, het land heeft echt regen nodig. We eten en maken plannen. We gaan dus met het monster naar ‘Te Paui’, we wilden eerst een auto huren om ons wat makkelijker te vervoeren maar dan moeten we eerst naar het vliegveld waar het dichtstbijzijnde verhuurbedrijf is, dan maar niet.

Ineens krijg ik een flashback en zie dat ik er al geweest ben. Er is genoeg te zien en later blijkt ook nieuwe dingen dus ik heb mij echt niet verveeld. Lilian is wederom onder de indruk van ‘Miss Guide’, deze keer. De passie waarmee Maori’s over hun land vertellen is bijna een kunst, wie doet dat nog en weet zoveel over het verleden. Tuurlijk, ze werken daar ook maar toch. Bij de ingang staat een grote groene steen, ‘Miss Guide’ noemt het hun goud. De steen is de grootste die gevonden is, Maori’s koesteren deze door de steen te ‘knuffelen’. Het water onder de steen wordt over de steen gegooid en geaaid. ‘Miss Guide’ wordt bijna emotioneel bij het vertellen hoeveel waarde de steen voor haar volk heeft. Ze nodigt ons uit om de steen te knuffelen voor geluk.

Daarna lopen we naar de geiser, de ‘Prince of Wales’ gooit alles eruit. Je raakt niet uitgekeken op de kleuren rondom de geiser, voorla het felle oranje is erg mooi. Vervolgens gaan we naar de modderpoel waar ik weer mooie plaatjes schiet van het kapot spatten van een grote modderbel. We bezoeken de ‘weaveschool’ en ‘craftschool’. De kunstvormen zijn alleen voorbehouden aan Maori’s. Jongens mogen alleen de houten sculpturen maken en meisjes mogen alleen de plant, even de naam kwijt gebruiken om allerlei kledij, tassen en mandjes te maken en natuurlijk het weven zelf. Overigens om tot de school toegelaten te worden, dit geldt vooral voor de jongens, moet je kunnen bewijzen dat je Maori bent. Na zelf nog even over het terrein te zijn gelopen willen we naar huis. Blijkt dat de plattegrond en de wegwijzers twee verschillende dingen zijn. We lopen dus een achterlijk groot stuk om de ingang voor we weer bij hetzelfde punt aankomen. Irene maakt de opmerking dat de Maori’s niet wisten waar ze naartoe gingen en dus ook geen wegwijzers nodig hebben… das ook waar!

Uiteindelijk vinden we de uitgang en gaan boodschappen doen voor we terug gaan naar de camping.